Bloembollen planten


Voorjaarsbloeiende bloembollen moeten in de herfst worden geplant omdat ze een koude periode nodig hebben om in het voorjaar tot bloei te komen. Plant ze het liefst voor 1 november zodat ze genoeg tijd hebben om wortels te maken. Een goed wortelgestel zorgt ervoor dat ze zorgeloos de winter doorkomen. Het is het beste de bollen zo snel mogelijk na aankoop, te planten. Als je ze nog even moet opslaan, zorg dan dat ze droog en koel (tussen de 10 en 15 graden Celsius) bewaard worden.

Hier zijn wat professionele tips voor planten:

Ons assortiment 

Bloembollen kunnen op allerlei verschillende manieren toegepast worden, afhankelijk van het uiteindelijke doel:

Ons assortiment is onder te verdelen in 2 groepen:
Als meerjarige beplanting: We noemen dit 'meerjarenbloei' en bedoelen ermee dat eenmalig geplante voorjaarsbollen na de bloei in de grond blijven zitten en rustig de tijd krijgen om af te sterven en zich ondergronds voor te bereiden op een volgend groeiseizoen. Voorjaarsbollen die op deze manier toegepast worden volgen dus eigenlijk dezelfde cyclus als vaste planten. Veelal maken voorjaarsbollen die op deze manier verwerkt worden onderdeel uit van een bestaande meerjarige beplanting zoals een vasteplanten-, heester- of rozenborder. In deze situatie is het essentieel om zowel de kleuren van de bloembollen onderling als die van bollen en vaste beplanting op elkaar af te stemmen.
Bollen die geschikt zijn voor verwildering hebben nog net iets meer te bieden dan de bollen die onder de noemer 'meerjarenbloei' vallen. Verwilderingsbollen blijven na de bloei ook in de grond en komen ook ieder jaar terug, maar als bijkomend voordeel breiden ze zich uit, mits geplant onder ideale omstandigheden (licht en lucht). Verwilderingsbollen kunnen zelfstandig fungeren, zoals sneeuwklokjes en krokussen in gazons en grasbermen, maar ze kunnen ook onderdeel uitmaken van een bestaande beplanting, bijvoorbeeld in plantvakken met bodembedekkers onder bomen en heesters. 

Hoe te planten? 

Veel voorjaarsbloeiende bloembollen zullen in volle of gedeeltelijke zon willen groeien. Bloembollen groeien bijna in elke omgeving, mits deze goede afwatering heeft. Bloembollen verrotten wanneer ze lang in het water staan, dus vermijdt omgevingen die veel overstromen, zoals de voet van heuvels of onder de afwatering.

Kies een plantplek

Graaf een gat voor bedbeplanting of individuele gaten voor individuele beplanting van bollen of kleinere clusters. Om te zien hoe diep je moet planten, beschouw dan de breedte van de bol. De regel is: de plantdiepte is gelijk aan 2 x de breedte van bloembol. (voorbeeld: een bol van 2cm breed krijgt een laagje grond van 4cm hoog boven zich) 
Open de grond een beetje en verwijder onkruid en kleine steentjes. Plaats –niet duwen- de bollen zachtjes in de grond met de puntige kant boven. Zet grote bollen, 7 tot 20 cm uit elkaar en kleine bollen 3 tot 7 cm. Eigenlijk kan er niets fout gaan want zelfs onderste boven komen bollen nog boven de grond. Bedek de bollen met aarde en water, wanneer de grond nog niet nat is.